Schrijvers en hun boekenkast: Rudy Kor – Manager & Literatuur

Managementboekenliefhebber bij uitstek

Rudy Kor is een nuchtere Groninger die met een flinke dosis humor en enthousiasme vertelt over zijn liefde voor het lezen en schrijven van managementboeken. Deze passie is niet onopgemerkt gebleven en leidde tot tweemaal toe tot het juryvoorzitterschap van de verkiezing van Managementboek van het Jaar. Kor licht alvast een tipje van de sluier op: “Of een boek goed of slecht is, hangt deels af van de tijdsgeest en van de betekenis voor de lezer op een bepaald moment.” Hij heeft inmiddels een behoorlijk aantal boeken over organisatiekunde en projectmanagement op zijn naam staan en is expert op dit terrein als adviseur bij en partner van Twynstra Gudde.

Niets nieuws sinds de bijbel

De liefde van Rudy Kor voor managementboeken wordt direct duidelijk. Aan het begin van onze ontmoeting in de lift op weg naar zijn kantoor, diept hij een enorm dik en zwaar boek uit zijn tas op dat hij naar eigen zeggen “echt niet kon laten liggen toen ik het zag tijdens een trip naar Londen. Want een boek getiteld ‘Business, the ultimate resource’, dat moet je hebben!” We spreken elkaar in het kantoor van Twynstra Gudde waar iedereen een flexplek heeft, maar de kamer vol boekenkasten en het bureau van Kor is dat overduidelijk niet. Hij gebaart trots om zich heen: “Het is me wel gelukt! Ik roep dat ik geen kamer heb, maar er is een boekenkast en er moet toch iemand op die boeken passen en dat ben ik! Ik kan me niet voorstellen dat ik niet tussen boeken zit, ik moet ze altijd onder handbereik hebben. Thuis heb ik ook veel managementboeken; bijna alle boeken die ik belangrijk vind, heb ik dubbel of soms drie keer. Ik heb ze vaak in het Engels omdat ik een boek meteen wil hebben als het uitkomt en later koop ik ook de Nederlandse vertaling, zodat ik begrippen in beide talen kan gebruiken voor workshops en presentaties.” De boekenkasten van Kor beslaan het hele spectrum: naast boeken over projectmanagement en strategie zijn alle factoren van het 7S-model aanwezig. “Ik vind vakliteratuur geen werk, op vakantie heb ik ook altijd een aantal van dit soort boeken bij me, ik vind het lezen ervan absoluut geen straf,” aldus Kor over het feit dat zijn kasten uitsluitend managementboeken bevatten. Doordat hij zoveel managementboeken leest, komt hij veel herhaling tegen. “In mijn meest sarcastische bui roep ik wel eens dat er sinds de bijbel niks nieuws is geschreven! Daar staat bijvoorbeeld alles over functiedeling in. En neem het boek dat vorig jaar veel aandacht kreeg, ‘Kus de visie wakker’, de bijbel verhaalt uitgebreid hoe moeilijk het is een visie geaccepteerd te krijgen. Mozes is daar de voorganger van. Hij heeft de missie en visie van de Heer zelf opgehaald, daarvoor is hij twee keer de berg opgelopen, maar als het volk het niet gelooft… We zijn een paar duizend jaar later nog steeds bezig met het implementeren van de missie van de tien geboden en het zijn er maar tien – moet je nagaan!” roept Kor stralend uit. Eén van de boeken die komt bovendrijven uit de stapels die Kor leest, is ‘Go put your strenghts to work’ van Marcus Buckingham (‘Ga met je sterke punten aan de slag!’, red.). Hij vertelt daarover: “Veel mensen, inclusief ikzelf, leggen de nadruk op waar we niet goed in zijn. Het boek van Buckingham legt de nadruk op wat je wel kan. De ‘het glas is halfvol’-benadering is voor een Groninger erg leuk. Ik heb bijvoorbeeld heel lang over mezelf gezegd dat ik conflictmijdend ben. Buckingham heeft daar een positieve herformulering voor en noemt het harmonie. Sinds ik zijn boek lees, ben ik me bewust van de negatieve connotatie die ik geef aan dingen. Het boek geeft je ook taal om dingen over jezelf aan anderen duidelijk te maken, bijvoorbeeld in functioneringsgesprekken.”

Juryvoorzitterschap

Kor is twee jaar voorzitter geweest van de jury die het Managementboek van het Jaar kiest (dit jaar is Peter de Roode de voorzitter, red.). Hij vertelt hoe het selectieproces in zijn werk gaat: “Er komen elk jaar zo’n honderd boeken in aanmerking voor de verkiezing. De boeken worden willekeurig onder de juryleden verdeeld, elk van de zes juryleden krijgt een doos met een deel van de boeken. De stelregel is dat je er een stuk of tien uitkiest die je goed genoeg vindt voor de volgende ronde. Het zestigtal boeken dat dan overblijft, wordt door de hele jury besproken en er wordt gezamenlijk een keuze gemaakt voor de shortlist van zes boeken. Hoewel je het gros van de boeken dus niet te zien krijgt, hou je wel een oogje op de andere dozen om te kijken of een jurylid een boek niet over het hoofd heeft gezien. Zo kan een boek een tweede kans krijgen en door meer mensen gelezen worden. Vaak kun je snel het kaf van het koren scheiden, maar het is soms heftig om te komen tot een shortlist. We proberen elkaar echt te overtuigen. Ik geloof wel in het resultaat van dat proces. De jury probeert de keuze objectief te maken, maar laten we eerlijk zijn, voor een deel blijft het smaak. We hanteren zeven criteria, dat is geen formeel lijstje, maar het wordt steeds opnieuw getoetst en uitgevonden tijdens het proces. Ik vind bijvoorbeeld dat een boek er mooi moet uitzien en moet uitnodigen om te lezen. Ook lezersmanagement is een belangrijk onderdeel, dus een heldere hoofdstuk- en paragraafstructuur en een goede titel waaraan je kunt zien waar het over gaat. Maar de één vindt deze zaken belangrijker dan de ander. Juryleden met een journalistieke achtergrond tillen bijvoorbeeld zwaar aan taalkundige correctheid en moeten overtuigd worden van het zwaarwegend belang van de inhoud van een boek.” Kor licht verder toe: “Naast de criteria die we hanteren, hebben we ook de stelling dat hét managementboek eigenlijk niet bestaat. Managers lezen, naar mijn idee, wanneer ze in nood zitten en wanneer ze informatie nodig hebben. Ze moeten bijvoorbeeld een strategisch plan maken of iets over logistiek weten. Ze vragen hun secretaresse om een aantal boeken over dat onderwerp te regelen en als het even kan de inhoud samen te vatten. Dat is vaak hoe mensen een managementboek kopen. Een managementboek is daarmee tijdloos. De discussie bijvoorbeeld destijds of het boek ‘Leidinggeven aan professionals? Niet doen!’ van Weggeman wel of niet nieuw was, doet helemaal niet ter zake. Voor veel managers die nu gaan leidinggeven aan professionals is het nieuw, ongeacht of het eerder ook al in een boek stond. Daarom blijven dezelfde thema’s steeds rondcirkelen, managers pakken iets wanneer ze het nodig hebben.”

De weg is de herberg

Kor heeft een tiental boeken geschreven, waarvan de meeste met een of meer co-auteurs. De twee boeken die hij alleen heeft geschreven, zijn naar eigen zeggen om te bewijzen dat hij het kon. “Samen schrijven is prettig. Samen ben je slimmer en je kunt elkaars zwaktes in bijvoorbeeld schrijfstijl compenseren. Ook let je ieder op andere dingen, de een is preciezer en de ander is bijvoorbeeld creatiever of speelser. Een boek wordt rijker door de verschillende invalshoeken, kennis en praktijkervaring van de auteurs. Je houdt elkaar bij de les en als je tijdens het schrijfproces in een dip zit, is het prettig als je samen schrijft. Nadeel is dat je minder vrij bent en dat je verantwoording aan elkaar moet afleggen over je stukken”, aldus Kor. Hij heeft geen plannen voor een nieuw boek en is druk met het up-to-date houden van de gepubliceerde boeken, waarvan sommige al meerdere keren herzien zijn. Kor: “De boeken zijn een soort staketsel in mijn geheugen. Ik luister selectief of ik dingen hoor, zie of lees die bij een van mijn boeken passen. Ik spiegel me als schrijver aan de boeken die ik lees. Aan het einde van de dag lees ik opportunistisch en kijk of ik een citaat ontdek dat ik kan gebruiken voor een boek, in mijn werk als adviseur, voor een workshop of presentatie of als basis voor een verhaaltje op mijn weblog. En soms ben ik ook gewoon jaloers en baal ik als een stekker dat ik sommige dingen die ik lees niet zelf heb bedacht of op een slimmere manier heb gepresenteerd.”

Uitstelneigingen

Hoewel Kor schrijven leuk vindt, gaat het schrijfproces niet altijd over rozen. “De aanloop er naartoe vind ik rampzalig, ik blijf er maar tegenaan hikken en dan wordt het steeds zwaarder. Ik weet dan dat zo’n herziening eraan zit te komen en wanneer het af moet zijn, maar ik weet nog niet precies wat ik eraan ga doen. Dat leidt in mijn geval vaak tot vreet- en uitstelneigingen; de weg ernaar toe is vaak een kilo aankomen, omdat ik steeds naar beneden ga om iets te eten of te drinken te halen”, verzucht Kor. “Maar”, roept hij enthousiast uit, “als ik eenmaal het ritme te pakken heb, schrijf ik heel makkelijk.” Hij vertelt dat dit proces thuis niet altijd even makkelijk is uit te leggen, zeker als hij na avonden en weekenden schrijven beseft dat het toch ineens anders moet en dat alles weer in de prullenbak gaat. “De schrijver in mij vindt dat niet erg, want de weg is de herberg, maar het gezinsleven leidt er wel een beetje onder. Ik loop toch met zo’n boek in m’n hoofd. En als opeens de goede zin boven komt, moet die wel opgeschreven worden, ook al staat het eten net op tafel.”

Weblog

Sinds drie jaar houdt Kor actief een weblog bij op de web – site van Twynstra Gudde. Hij schrijft twee keer per week een stukje. Kor vertelt hierover: “De weblog gebruik ik voor alles wat ik onderweg tegenkom en wat ik leuk of interessant vind. Mijn weblog is vrij inhoudelijk en dwingt me om na te denken wat ik ergens van vond, het is een reflectiemoment. Ik heb wel zendingsneigingen, dus ik vind het belangrijk dat mijn weblog gelezen wordt. Ik merk bij klanten en collega’s die eraan refereren dat dat wel gebeurt en volgens de statistieken heb ik zo’n 4500 pageviews per maand. Vijf jaar geleden zou ik niet bedacht hebben dat ik internet en de mogelijkheid om te bloggen zo zou gebruiken als ik nu doe. Maar dat is meer mijn beperkte fantasie, ik ben geen early adopter. Zo kan ik me ook volstrekt niet voorstellen dat ik geen fysieke boekenkast meer zou hebben, maar alleen nog een e-reader. Ik vind het fysieke van een boek mooi en ook dat we in een gesprek als dit vijf keer heen en weer kunnen lopen naar de boekenkast. Ik wil papiertjes in een boek kunnen doen, die ik dan jaren later weer terugzie. Ik moet het in m’n handen hebben en erin kunnen strepen. Ik vind een boek ook lekker ruiken en e-boeken ruiken nog niet!”

  • Schrijver: Rudy Kor, partner van en organisatie- en projectadviseur bij Twynstra Gudde, vader van twee kinderen, schrijver.
  • Boeken: Veel boeken van Rudy Kor zijn in de loop van de tijd herschreven en opnieuw uitgegeven. Verkrijgbaar zijn: Projectmatig werken bij de hand (Kluwer, 1997, coauteur: Wijnen), Leidinggeven en (de)mo – ti veren (Kluwer, 1999), Managing Unique Assign – ments (Gower, 1999, coauteur: Wijnen), 50 Check – listen voor project- en programmamanagement (Kluwer, 2001, coauteur: Wijnen), Essenties van project- en programmamanagement (Kluwer, 2005, coauteur: Wijnen), Essenties van organiseren, ma – nagen en veranderen (Scriptum, 2007, coauteurs: De Caluwé, Weggeman en Wijnen), 59 checklists for Project and Programme Managers (Gower, 2007, coauteur: Wijnen), Werken aan projecten (Kluwer, 2008), Meesterlijk organiseren (Kluwer, 2008, coauteurs: Wijnen en Weggeman). Managing Unique Assignments verscheen in 2005 in het Chinees bij Nankai Xiandai Xiangmu.
  • Boekenkast: In zijn kantoor 6 Billy’s van Ikea. Thuis een ronde kamer met maatwerkboekenkasten.
  • Aantal meter boekenplank: 33 meter op kantoor, 24 meter thuis (boeken over projectmanagement, strategie, structuur, managementstijl, leiderschap, personeelsbeleid, veranderkunde, advieskunde, bedrijfskunde en generieke managementboeken)
  • Aantal boeken: Ruim 2200 boeken in totaal (Een derde daarvan is dubbel door overlap van boeken op kantoor en thuis)
  • Percentage gelezen: 70% helemaal gelezen, de rest gebladerd of deels gelezen. Sommige boeken leest hij meer dan één keer.
  • Type lezer: ‘Als ik enthousiast word, ben ik net een blij kind. Ik ben ook een consumerend lezer, op zoek naar mooie, bruikbare dingen.’
  • Type schrijver: ‘Een boetseerder, ik begin gewoon ergens met iets, al schrijvende kom ik erachter wat ik zelf echt vind.’
  • Leukste boeken: Ondernemers zijn ezels (Fentener van Vlissingen), De gelukshypothese (Haidt)
  • Goede boeken: The Art of Japanese Management (Pascale en Athos), Good to Great (Collins), Gebouwd voor de toekomst (Collins en Porras)
  • Goede projectmanagementboeken die hij niet zelf geschreven heeft: Projectmatig creëren 2.0 (Bos en Harting) en Proces management (De Bruijn, Ten Heuvelhof & In ’t Veld)
  • Inspirerende auteur: Marcus Buckingham (Ga met je sterke punten aan de slag!)
  • Lezen is voor mij… ‘Mijn nieuwsgierigheid bevredigen.’
  • Schrijven is voor mij… ‘Orde in mijn hoofd creëren en kijken of ik het begrijp. Er is niks zo hard voor mij, dan dat ik iets niet uit mijn pen krijg, dan weet ik dat ik het niet heb begrepen of dat ik er niks van vind.’